Hoe tchoukball spelen? Uitleg, spelregels en verboden zone

Gepubliceerd door Wim VANDAELE op 15/10/2026 08:23.

Tchoukball spelen begint met een duidelijke uitleg van het doel, het veld en de puntentelling. Opstelling, materiaal, spelregels, verboden zone en puntentelling vormen samen de basis voor een lesopbouw in elke klas.

Wat is tchoukball en hoe stelt u het op?

Tchoukball draait om één beweging: een worp tegen een schuin frame en een terugkaatsing die de tegenpartij moet vangen. Wie dat principe begrijpt, kan de opstelling, het veld en het materiaal logisch opbouwen.

Een jonge speelster in sportkleding gooit een tchoukballbal tegen een schuin frame doel in een gymzaal.

Het doel van het spel

Tchoukball, ook geschreven als tchoukbal of tsjoekbal, is een contactloze teamsport. Een speler werpt de bal tegen een schuin terugkaatsframe, waarna het elastische net de bal terugkaatst. De andere ploeg probeert die terugkaatsing te vangen voordat de bal de vloer raakt.

In de standaardzaalvorm staat aan elk uiteinde een frame. Twee teams spelen tegen elkaar, maar geen van beide heeft een vast eigen doel: beide ploegen mogen op beide frames aanvallen.

Veld, spelers en speeltijd

Volgens de FITB-regeltekst ER-01 van 26 september 2009 staan per ploeg zeven veldspelers op het terrein. Daarnaast mag een ploeg maximaal vijf wisselspelers inschrijven, wat het totaal op hoogstens twaalf spelers brengt.

Het officiële tchoukbalveld in de zaal is volgens ER-01 26–29 m lang en 15–17 m breed. Een middellijn verdeelt het in twee helften. Rondom vraagt de regeltekst minstens 1 m vrije ruimte, terwijl 2 m aanbevolen is.

Een standaardwedstrijd telt volgens dezelfde regeltekst drie periodes van 15 minuten. Tussen de periodes ligt maximaal 5 minuten pauze.

Frames en geschikte ballen

Sportibel vermeldt een gebruikelijke framehoek van 60°. Het FITB-gecertificeerde Tchoukball PRO-frame voor competitie meet 100 × 100 cm en staat onder 55° ten opzichte van de vloer. Het weegt 11,2 kg en heeft een stalen buis van 33 mm. Een gespannen nylon net met mazen van 38 × 38 mm, opvouwbare dwarsstangen en antislipvoetjes zorgen voor stabiele terugkaatsingen. Bij de initiatie telt vooral een goed vangbare bal: een kleine handbal in cellulair rubber met grip, of voor jonge kinderen een zachte schuimbal met handbaldesign.

Welke spelregels gelden tijdens het spelen?

De spelregels van tchoukball beperken het balbezit in tijd, in het aantal passes en in het aantal grondcontacten.

Passen en balbezit

De ploeg in balbezit speelt samen om een speler in een goede werppositie te brengen. Daarbij gelden volgens de FITB-regels drie grenzen:

  • Drie passen: vóór een worp op het frame mag een ploeg maximaal drie opeenvolgende passen geven; een vierde pass is een fout.
  • Drie seconden: een speler houdt de bal hoogstens 3 seconden vast en moet hem daarna doorspelen of werpen.
  • Drie grondcontacten: met de bal in de handen mag een speler maximaal drie keer contact maken met de grond.

Verdedigen zonder de aanval te hinderen

Verdedigers onderscheppen of raken de aanvalspassen niet. Hun aandacht gaat naar de bal zodra die het frame heeft geraakt. Een verdediger mag de schutter evenmin blokkeren of een tegenstander hinderen.

Het verschil zit hem in de bedoeling: de kernregel verbiedt hinderen, waardoor niet elk toevallig lichamelijk contact dezelfde overtreding is. Vangt het verdedigende team de terugkaatsing, dan krijgt het balbezit en bouwt het zelf een aanval op.

Technische fouten en wisselen van frame

Dribbelen is geen toegestane manier om verder te spelen, en ook het laten vallen van de bal geldt als fout. Zo'n gewone technische fout levert niet automatisch een punt op: afhankelijk van de situatie volgt een vrije worp of een spelhervatting. Voor de gymles kan een eenvoudige afspraak dienen waarbij de andere ploeg de bal krijgt.

Wie op twee frames speelt, houdt nog een regel in het oog. Na drie opeenvolgende schoten op hetzelfde frame moet de volgende schietpoging volgens de door Sportibel beschreven regel op het andere frame gericht zijn.

Wat mag in de verboden zone?

Rond elk frame ligt een zone die noch de werper, noch de verdediger mag gebruiken. Ze beschermt de terugkaatsing en houdt spelers op afstand van het frame.

Ligging en afbakening

De verboden zone heeft de vorm van een halve cirkel met een straal van drie meter rond elk frame. De veldlijnen, inclusief die boog, zijn volgens de aangehaalde regels minstens 5 cm breed en moeten duidelijk zichtbaar zijn.

In een gymzaal vult u de bestaande belijning aan met geschikte vloermarkering of platte markeerschijven. Platte markeringen zijn in looproutes veiliger dan losse kegels.

De zone bij een worp

Een speler werpt altijd van buiten de zone op het frame. Raakt die speler de zone terwijl de bal in zijn of haar bezit is, dan is dat volgens de FITB-regels een fout.

Landt de werper na de worp toch in de zone, dan moet die ze zo snel mogelijk verlaten. Dat gebeurt zonder een tegenstander te hinderen.

Verdedigen en veilig bewegen

Ook de verdediging blijft buiten de zone. Betreedt een verdediger ze om een terugkaatsing te verdedigen, dan kan dat volgens de FITB-regels een punt voor de aanvallende ploeg opleveren.

Een spel zonder toegelaten hinderen sluit botsingen niet uit: leerlingen lopen soms tegelijk naar dezelfde terugkaatsing of tegen een frame. Controleer daarom vooraf de vloer en de uitloopruimte bij muren, banken en toestellen.

Het frame zelf moet tijdens het spel stabiel staan, zodat de terugkaatsing niet verandert, maar bij een botsing met een speler kunnen meegeven. Bij schoolmateriaal horen ook de voorschriften van de fabrikant gecontroleerd te worden.

Hoe werkt de puntentelling?

Elke worp op het frame eindigt met een punt voor de ene of de andere ploeg, tenzij de verdediging de terugkaatsing netjes vangt. Waar de bal neerkomt, beslist wie scoort.

Wanneer scoort de aanvallende ploeg?

Het basisprincipe is eenvoudig: de aanvallers willen dat de terugkaatsing ongevangen de vloer raakt. Vangt een verdediger de bal vóór het vloercontact, dan krijgt de aanvallende ploeg geen punt. In de andere gevallen telt het punt wel:

  • Geldige worp: de bal raakt het frame volgens de regels.
  • Binnen het speelveld: de terugkaatsing valt binnen de veldlijnen op de vloer.
  • Buiten de zone: de bal landt niet in de verboden halve cirkel.
  • Onvolledige vangst: volgens FITB-regel ER-01 telt het punt ook wanneer een verdediger de bal raakt zonder hem onder controle te krijgen en de bal daarna op de vloer valt of buiten het veld gaat.

Wanneer scoort de verdedigende ploeg?

Een mislukte doelpoging levert de tegenpartij punten op. Volgens de aangehaalde standaardregels krijgt de verdedigende ploeg onder meer in deze situaties een punt:

  • Frame gemist: de werper raakt het frame niet.
  • Bal buiten: de terugkaatsing gaat rechtstreeks buiten het veld.
  • Bal in de zone: de terugkaatsing landt in de verboden zone.

Bijzondere situaties bij een worp

Raakt de terugkaatsende bal de werper voordat een andere speler hem speelt, dan gaat het punt naar de verdedigende ploeg. Omgekeerd hoeft een medespeler van de aanvaller de terugkaatsing niet te vangen om te scoren; een verplichte vangst is hoogstens een extra spelafspraak.

Volgens de officiële FITB-interpretaties ER-03 van 26 september 2009 hoort de metalen steunconstructie die de helling bewaart niet bij het terugslagraam. Controleer voor wedstrijden wel de geldende interpretatie.

Hoe bouwt u tchoukball op in de gymles?

Een goede lesopbouw vertrekt van de terugkaatsing en voegt pas daarna passen, verdedigen en partijspel toe. Zo raken leerlingen stap voor stap vertrouwd met elk spelelement.

Kinderen gooien een tchoukball tegen een kleine doelstoel in een sporthal.

Van terugkaatsing naar samenspel

De opbouw verloopt in opeenvolgende oefenvormen, die elk een element toevoegen aan de vorige:

  • Frameverkenning: leerlingen werpen om beurten op één frame en vangen de terugkaatsing zelf of met een partner.
  • Rondspelen: in groepjes van drie of vier spelen ze de bal rond en zoeken na elke pass een nieuwe vrije positie.
  • Werpen en verdedigen: één ploeg werpt op het frame, terwijl een andere ploeg de terugkaatsing probeert te vangen zonder de werper te hinderen.
  • Doorschuiven: eenmaal vlot, wisselen de ploegen van rol zodat iedereen beide taken oefent.

Kleine partijvormen

Een partij drie tegen drie combineert passen, vrijlopen, werpen en verdedigen in één aangepaste schoolvorm.

Een onderwijsvoorbeeld gebruikt een veld van 20 × 10 m met vier spelers per ploeg. Zulke aangepaste spelvormen van tchoukbal maken het veld kleiner en de balcontacten talrijker, zonder de officiële standaardwedstrijd te vervangen.

Bij veel leerlingen beperken kleine teams, meerdere stations en vaste rotaties de wachttijd. Met één frame spelen de ploegen op afgesproken momenten om beurten.

Lesverloop en differentiatie

Een mogelijke tjoekballes in de gymles duurt 50 minuten: 8 minuten frameverkenning en 10 minuten passen en vrijlopen. Daarna volgen 12 minuten werpen en verdedigen en 15 minuten drie-tegen-drie. De laatste 5 minuten zijn voor reflectie.

Beginnende werpers en vangers hebben baat bij een kortere werpafstand, een voorspelbare terugkaatsing en een zachtere bal, zoals de eerder genoemde kleine handbal in cellulair rubber of zachte schuimbal met handbaldesign. Een schoolafspraak waarbij vóór een score drie verschillende ploeggenoten worden aangespeeld, kan de aanvallen spreiden. Voor leerlingen met een motorische beperking past u bal, werpafstand, bewegingsruimte en spelersrol aan; voor wedstrijdgericht rolstoeltchoukbal bestaat afzonderlijke internationale regeldocumentatie.

Veelgestelde vragen

Volgens de FITB-regeltekst ER-01 heeft de bal voor mannenwedstrijden een omtrek van 58–60 cm en een gewicht van 425–475 g. Voor vrouwenwedstrijden gelden 54–56 cm en 325–400 g. Bij gemengde wedstrijden geldt de vrouwencategorie als norm.

Nee. De FITB publiceert een afzonderlijke gids met officiële gebaren, maar een leerkracht kan eenvoudiger signalen afspreken, zolang die niet als officieel worden voorgesteld. Hesjes, reserveballen, een fluitje en een scorebord helpen bij grote klassen, meerdere velden of een leerling-scheidsrechter.

Ja. De internationale federatie publiceert afzonderlijke regels voor standaardzaal-, beach- en rolstoeltchoukbal. De beachvariant telt vijf spelers per ploeg.